Mei elkoar!

Ergotherapeut Charlotte Tsang

vrijdag 25 februari 2022

In de februari-editie van Groot Sneek staat een interview met Charlotte Tsang, ergotherapeut bij het Behandelteam Patyna. Ze vertelt over haar vak en het werken in de zorg. Hieronder het interview. 

We weten het allemaal: de zorg staat onder druk. Ondanks alle campagnes zijn er veel vacatures die soms maar mondjesmaat ingevuld kunnen worden. Kampt de zorg met een imagoprobleem? Volgens Charlotte Tsang, voor haar werk werkzaam als ergotherapeut van het behandelteam Patyna, heeft het te maken met onwetendheid. Neem haar vak: veel mensen weten niet wat het is totdat ze ermee in aanraking komen. Dan pas merken ze hoe leuk het is. In gesprek met iemand met hart voor de zorg.

Charlotte Tsang

Met wie hebben we het genoegen? Charlotte stelt zichzelf even voor. “Mijn naam is Charlotte Tsang, 25 jaar. Ik ben geboren in Bolsward en woon nu met mijn vriend, hond in kat in Nijland. Tot april 2021 heb ik in Amsterdam gestudeerd, dat was destijds de dichtstbijzijnde opleiding. Dit jaar is er een opleiding ergotherapie gestart in Groningen. Een goede zaak, want het is een mooi beroep en er is een landelijk tekort aan ergotherapeuten. Maar voor sommige mensen is Amsterdam echt te ver; die kiezen dan bijvoorbeeld voor de opleiding verpleegkunde, daar is ook een tekort aan.  Er zijn studenten die na hun afstuderen in Amsterdam blijven. Ik wist dat ik na mijn studie terug wilde naar Friesland, omdat ik dichter bij mijn familie wilde zijn. Daarom heb ik met opzet mijn stages hier gedaan. Het lukte niet om een woning in Bolsward te vinden, dus zo ben ik in Nijland uitgekomen.”

Een hart voor de zorg, wordt je daarmee geboren?

“Eigenlijk wist ik al jong, dat ik later mensen wilde gaan helpen, dus heb ik me breed georiënteerd: wat wil ik doen, wat past bij mij? Eerst kwam ik uit op fysiotherapie, omdat ik zelf veel van sporten houd. Een vriendin van mijn moeder vroeg: ‘Is ergotherapie niet iets voor jou? Dan breng je de hele persoon, omgeving en activiteiten in kaart’. Toen wist ik: dit ga ik doen. Bovendien is mijn moeder ergocoach, zij heeft een extra verantwoordelijkheid op haar werk ten aanzien van de fysieke belasting en het vinden van passende oplossingen. Thuis praatten we dus over zaken als aanpassingen en hulpmiddelen.”

Amsterdam

“Van Bolsward naar de grote stad Amsterdam was best een overgang. Veel verschillende culturen; dat verruimt je blik. Hier in Friesland zeg je ‘hoi’ als je iemand tegenkomt; daar kijken mensen je gek aan als je groet. Toen ik op kamers ging wonen, begon ik in een kamer van zes vierkante meter. Wel heel gezellig. Vriendinnen zaten altijd op de grond. Uit huis gaan en meer verantwoordelijkheden hebben, was voor mij persoonlijk een goede stap.”

Wat is ergotherapie?  

“’Bent u bekend met ergotherapie?’, is vaak een van de eerste vragen die ik aan iedereen stel. Er zijn veel mensen die niet precies weten wat het beroep inhoudt. Vaak krijg ik als antwoord: ‘Iets met hulpmiddelen of ergonomie?’ Maar eigenlijk is een hulpmiddel het laatste waar je naar kijkt in de ergotherapie. Ergotherapie stelt mensen in staat dagelijkse activiteiten in de eigen omgeving te doen. Ik werk op de GRZ, de geriatrische revalidatiezorg. Dat doe ik in Sneek op locatie De Stinzen en in Bolsward op afdeling Goudsbloem. We hebben onder andere te maken met mensen die een hersenbloeding hebben gehad of de heup of hand gebroken hebben. Als ergotherapeut ben ik vaak al vanaf het begin betrokken. Het eerste wat ik dan doe, is kennismaken. Wie is de persoon, waar woonde die, hoe ziet het sociale netwerk eruit, hoe mobiel was de persoon?

Ik vraag dan bijvoorbeeld welke dagelijkse activiteiten belangrijk voor iemand zijn u en – opnieuw – wil leren uitvoeren. Dan krijg je antwoorden als:  ‘Ik wil graag weer de knoopjes van mijn overhemd kunnen vastmaken, veters strikken, koffie zetten, eten koken en naar de supermarkt kunnen gaan.’ Deze activiteiten ga ik dan samen met de revalidant bekijken en ik ga kijken of er mogelijkheden zijn om de activiteit toch weer uit te kunnen voeren.”

Zo lang mogelijk thuis blijven wonen

“Soms ontstaat die bewustwording wat belangrijk is pas als iemand weer terug is in de eigen omgeving. Op de revalidatie kan een persoon bijvoorbeeld - in geval van een beroerte - niet meer bedenken: eerst ga ik naar de waterkoker; daar doe ik water in en vervolgens druk ik op het knopje. Die komt er dan thuis achter: de afstand van hier naar de waterkoker is eigenlijk te ver voor me. Als je het kunt, denk je er niet over na. Als je het niet meer kunt, is het een opgave. Hierbij raakt iemand zijn eigen regie kwijt. Daarnaast kan iemand te maken hebben met vermoeidheid en ook emoties spelen een rol.

Over het algemeen willen mensen zo lang mogelijk thuis blijven wonen. De huizen zijn hier echter nog niet op aangepast. Samen met de revalidant kijk ik dan hoe we de omgeving kunnen aanpassen. Voor iemand met een rollator kan dat betekenen, dat we hoge drempels tegenkomen waar je met de rollator lastig over heen kunt komen. Dan kan een drempelplaat een oplossing zijn. Of we merken dat de breedte van de rollator het lastig maakt om te manoeuvreren door de ruimte. Dan kan het praktischer zijn meubels aan de kant te schuiven. Het liefst probeer ik iemand zover te krijgen dat hij zelf met de oplossing komt en de regie weer terug krijgt.”

Kippenvelmoment

“De impact van ergotherapie zit soms in hele kleine dingen. Neem die mevrouw die al heel lang binnen gezeten had en toen een elektrische rolstoel kreeg. Buiten, slechts honderd meter verderop  zei die mevrouw: ‘Ik ben hier een jaar niet geweest.’ Dat is voor mij echt een kippenvel moment, het is zò belangrijk als iemand er weer op uit kan. Het is zò waardevol als iemand weer een praatje met de buurman of buurvrouw kan maken.”

Zorg je ook goed voor jezelf?

“Ja, dat leerden we ook op school. Het is helemaal waar. In de praktijk blijkt grenzen hanteren en in balans brengen van belasting en belastbaarheid een ‘beroepsafwijking’ te zijn die dichtbij mezelf komt. Het is iets dat ik vaak tegen anderen zeg, maar het is ook mijn eigen valkuil. In mijn vrije tijd doe ik aan hardlopen. Daarnaast vind ik het leuk om met de hond te wandelen. Als ik buiten ben kan ik opladen. Hardlopen doe ik drie tot vier keer per week. Mijn beide ouders hebben ook altijd hardgelopen, dit heb ik van jongs af meegekregen. Mijn moeder heeft heel lang met mij in haar buik hardgelopen. Als ik hardloop kan ik alles loslaten; je loopt en denkt niet meer na.  Als ik op vakantie ga, verken ik de omgeving met m’n hardloopschoenen aan.

Een keer in de twee weken geef ik hardlooptraining aan een leuke enthousiaste groep in Wommels. Zelf train ik bij het LAB in Bolsward. Door corona zijn veel loopjes afgezegd, ik hoop dat we het dit jaar weer kunnen oppakken. Komend jaar wil ik de halve marathon van Sneek en op Texel gaan lopen. Goed voor mezelf zorgen betekent ook: op tijd naar bed, gezond eten, met vrienden afspreken en vooral ook tijd voor mijzelf maken.”

Waar kom je ‘s ochtends je bed voor uit?

“In de zorg werken is echt mijn passie. Het gaat om mensen hun eigenwaarde en eigen regie teruggeven. Dat je die momenten samen mag beleven en ervaren, geeft voldoening. Werken in de zorg moet bij je passen. Je gaat om met uiteenlopende mensen. Je ziet de worsteling en emoties van mensen, dingen die je naast je neer moet kunnen leggen. Het mooie aan dit werk is, dat je er je eigen draai aan kunt geven. Er zijn zoveel soorten ergotherapie. Er zijn verschillende doelgroepen en specialisaties binnen de ergotherapie. Je kunt werkzaam zijn in een ziekenhuis, revalidatie en op scholen. Je raakt niet uitgeleerd. Tijdens de opleiding zeiden ze: ‘Fysiotherapie leert je lopen, ergotherapie leert je dansen.’  Mooi, want die samenwerking is zo enorm belangrijk in ergotherapie en binnen het behandelteam van Patyna met alle disciplines. Hierdoor kun je met elkaar toewerken naar het doel van de revalidant.

Werken in zorg, voelt niet als werken. Het is mijn tweede natuur, ik mag doen wat ik leuk vind om te doen. Proberen mensen hun zelfstandigheid terug te geven.”

Tekst en foto: Groot Sneek